De vergrijzing als groene kans

Geplaatst op: 7 november 2011

In de B.V. NL doen we over een jaar of 15 meer met minder mensen. Althans, daar zal het op uitdraaien als we voor onze FTE’s niet op de mondiale arbeidsmarkt gaan shoppen. De grote vergrijzer ligt op de loer en de o zo welkome vergroener gaat het gat wat betreft aantallen niet vullen. Daarbij komt dat het frisse groen ook nog eens andere beelden heeft over werk en werken dan het vertrekkende grijs. Eén-op-één overnemen van het onderhanden werk zit er dus sowieso niet in.

Gelukkig is er sinds de jaren ’70 veel werk bijgemaakt dat er ook gemakkelijk weer af kan. Zo bedachten we het controle- en regelwerk. Werk dat geen waarde toevoegt. Enkel wat ogenschijnlijke zekerheid. Beleid maken (hoeveel beleid heb je überhaupt nodig?), beleid invoeren, uitrollen en meetbaar maken. Plannen en controleren als devies dat ook verschijnt in projectvorm. Menige projectenopschoningactie levert daarom een fraaie lijst met stokpaardjes, would be’s, en empire builders. Meer dan de helft van de projecten kan zo gestopt omdat noch klant, noch organisatie een idee heeft van enige bijdrage aan het geheel.

Als we kijken door de kijker van de klant en meten langs de lat van de organisatiedoelstellingen is er voor de groenling beduidend minder te doen dan voor de grijsaard. Gedurende het laatste kwart van de vorige eeuw hebben we werk en managen tot kunst verheven. Zowel de leidende, de uitvoerende en de ondersteunende professional besteden veel van hun werktijd aan vinken, schrijven en meten. In veel organisaties is veel extra geld gegaan naar meten om te weten. Een nare uitwas van het scientific management waarvan het roestige, Tayloriaanse karkas nare vlekken maakt op ons Rijnlandse vakmanschap. De meeste bazen werden manager en de bijpassende visie was dat we het met vakmanschap alleen niet zouden redden. Ondertussen droomt menigeen van de laatste manager die het licht uit doet.

Het fijne van het komende decennium is dat we kunnen vergelijken en inzichten naar hartenlust kunnen mengen. De lelijke tinten halen we uit de kuip. Zowel het Rijnlands als Anglo-Amerikaans organiseren kan tenslotte minder fraai verkleuren. Zo blijft de vakman m/v eindeloos schaven tot het ultieme resultaat is bereikt. ‘Goed is goed genoeg’ blijft lastig in het stroomgebied van de Rijn. Processen vertonen afslankruimte omdat klanten niet willen betalen voor (onderdelen van de) kwaliteit waar de vakman voor gaat. Aan de andere kant van hetzelfde spectrum vinden we de controleurs die eindeloos blijven meten om vooral maar veel te weten en de ruimte uit marges te drukken. Hele afdelingen met meer dan goed betaalde tellers en vinkers controleren professionals die wat minder autonomie hebben dan hun Rijnlandse broers en zussen.

Meer doen met minder mensen vraagt om meer professionaliteit. Professionaliteit in de zin van: weten wat nodig is om goed werk te leveren. Vaak is dit veel minder dan dat er tot nu toe is opgetuigd en ingericht. Afslanken en productiever worden, kan ook door minder te doen. Mooie stappen maken we als we vakmanschap verrijken met ondernemerschap. Maak de professional (een beetje) meer baas.

  •  Wie bang is dat dit uitmondt in oncontroleerbaar werk, doet er goed aan afspraken te maken over de professionele resultaten. Geen prestatie indicatoren, maar resultaten die iedere vakman m/v hoort op te leveren om een goed eindproduct neer te zetten. Deze afspraken zijn vanzelfsprekend niet onderhandelbaar, want opgesteld door de beroepsgroep zelf. De vakman m/v weet als geen ander welke rollen hij/zij op bepaalde momenten in het proces vervult en hoe die rollen bijdragen aan het eindresultaat. Wie dit bekend voorkomt, heeft wellicht kennis gemaakt met Lean management. Een aantal Lean principes zijn zó basic en doen zó sterk denken aan gezond verstand dat je wel erg dwars moet zijn wil je er niet mee aan de slag willen.
  • Iets innovatiever en meer passend bij de komende, spannende 10-15 jaren, is stoppen met denken in functies die huizen in functiegebouwen. Grote, saaie, loge bouwerken van grijze steen. Steven Covey deed ons eerder een mooi voorstel: als individu vervul je verschillende rollen en iedere rol krijgt focus als je weet welke resultaten je in een bepaalde rol wilt realiseren. De stap naar het werken met en in een verzameling rollen is dan ook niet zo heel groot. Het denken in rollen in plaats van functies geeft ruimte aan vakmanschap en maakt professionaliteit toetsbaar zonder aan autonomie in te leveren. Rollen passen ook beter dan functies bij de dynamiek die veel bedrijven steeds vaker kenmerkt. Waarom vast werken op een overbezette afdeling terwijl op een andere afdeling vergelijkbaar werk onderbezet is?

Bijkomend voordeel: door te denken in rollen in plaats van in functies ontstaat een mooi werklandschap waarin het goed toeven is voor medewerkers die weer uitgedaagd willen worden en een waardevolle bijdrage willen leveren aan het eindresultaat. Komt het toch nog goed, met dank aan de vergrijzing.




Plaats reactie









Er zijn nog geen reacties