Organisatie filosofie: niet minder, maar anders sturen!

Geplaatst op: 18 maart 2015

Veel grote organisaties hebben het in dit decennium lastig. De pijlers waarop zij hun succes bouwden, vertonen sporen van een nare aantasting: groeischeuren. Bij ROC’s, woningbouwverenigingen, banken, heringedeelde gemeenten en ooit omvangrijke, gezonde bedrijven zit meer geld in het onroerend goed dan in kas. Destijds waren groter en beter synoniem. Inmiddels weten we beter. Grote scholen zijn niet per definitie betere scholen. Grote banken zijn niet altijd de beste banken. Van een grote schaal wordt je niet blijvend beter. Trendwatcher Adjiedj Bakas zag al in 2012 het begin van de teruggang van de grote jongens. De kleintjes zijn in zijn trendrapport voor 2013 steeds vaker aan zet. Nu in 2015 zetten veel kleintjes relatieve veelvouden om van de grote jongens.

Waarom doet groot, groter, grootst er steeds minder toe?

Groeien is efficiënt

Schaalgrootte had schaalvoordeel. Ineens hadden managers een span of control en stuurden ze op gepaste afstand met taakstellende prestatie-indicatoren. Door het groter groeien verdween het zicht op de uitvoering. In sommige gevallen namen we dat voor lief en in andere gevallen bemensten we als tegenhanger afdelingen met controllers en controleurs.

Krimpen is effectief

Ontslag, leaner, meaner en efficiënter. Maar wie heftig afslankt weet dat het vel niet altijd netjes meedoet. De jas die bedrijven zich door de jaren hebben aangemeten, is vaak te ruim als ze besluiten te krimpen. Het Nieuwe Werken scheelt al een jas in het fysieke domein. Een passende reductie in houding en gedrag is al een stuk lastiger. Taai blijven de prestatie-indicatoren gericht op tel- en afvinkbaar.

Gelukkig zijn er wel meer veranderingen in onze huidige maatschappij die duiden op een kerend tij. Het Oude Werken werkt niet meer en Het Nieuwe Werken is te vaak een placebo voor andere kwalen. Dat groter groeien lang gelijk was aan beter worden, komt natuurlijk door onze liefde voor bezit en rendement. Dat is niet alleen de schuld van het efficiency- denken, maar ook van de Westerse ingesleten gedachte dat je aan bezit rijkdom kunt meten. Of, zoals armoedebestrijders doen, armoede afmeten aan wat iemand bezit. We zouden ook kunnen kijken naar wat iemand nodig heeft om gelukkig te leven…

Wat nu?

Als we dit nu eens vertalen naar hoe wij bedrijven besturen, zou het mooi zijn als we niet sturen en aansturen op wat we telbaar opleveren (bezit), maar wat we bijdragen om onze klanten gelukkig te maken. Je kunt dan wellicht met minder beter worden. Met minder toch bijdragen aan tevreden afnemers.

We zien dit al terug bij gemeenten en bedrijven die minder taak (lees: output gericht) maar meer rolgericht gaan werken. Functiehuizen die langzaam worden gerenoveerd en meer zijn gericht op wat een medewerker bijdraagt dan wat hij of zijn doet.

Wilco van Gelderen.




Plaats reactie









Er zijn nog geen reacties